Weenderveld


Weenderveld

Werkverschaffing en ontginning.

Het volk dagblad voor de arbeiderspartij 23-02-1928

Het werk der werkloozen.

De Rijksinspekteurs, die van Groningen in het bijzonder.

(M.) Werkloosheid is er ten plattelande, ook in Groningen, altijd geweest. Voor den oorlog verscheen zij periodiek als seizoenwerkloosheid voor de land- en veenarbeiders, ongeregeld als gevolg van tijdelijke bedrijfsslapte in de industrie. Een gunstige omstandigheid, die het werkloozencijfer drukte, was, dat in een deel der industrie de kampagne begon, als het landwerk afliep. Toch moesten zelfs in den goeden tijd duizenden arbeid buiten de provincie, tot over de grenzen werk zoeken. Er was overbevolking.

De algemeene krisis in het begin der twintiger jaren voerde tot absolute werkloosheid op groote schaal. De boer beperkte zijn bedrijf en bezuinigde; het werk in mijnen lag stil; Duitschland werd door de inflatie als grootafnemer van tuinbouwprodukten uitgeschakld; de aardappelmeel- en strookartonfabrieken spuiden hun werkvolk; de scheepsbouw lag stil; de transportarbeiders kwamen als gevolg van dit alles werkloos. En ten slotte ebde de menschengolf, die in tijd van hoogkonjunktuur over de provinciegrenzen gevloeid was, weer terug.

Het aantal werkloozen liep in de duizenden; in Vlagtwedde stond een tiende van het aantal inwoners als werkloos ingeschreven. Zij waren voor hulp, die bjjna allen na korten tijd behoefden, op de gemeenten aangewezen. Deze beschikten niet over geschikte werkobjekten; de menschen werden aan het keienkloppen of dergelijk minderwaardig werk gezet, en, voorzoover wat nuttigs te doen was, overhaastte men hen niet. Het werk was gauw genoeg op — werkloosheid scheen eindeloos.

Bij de meeste gemeentelijke werkverschaffingen werd het een jammerlijke lijntrekkerij. Toch gaf de tewerkstelling niet de meeste zorg. De vraag, hoe de steunverleening aan de werkloozen gefinancierd moest worden, zou weldra in het bijzonder voor de arbeiders-gemeenten met een bescheiden budget, maximale belastingen en veel werkloozen een onoplosbare puzzle worden. De mogelijkheid tot voortzetting der steun- verleening en tot het verschaffen van doelmatigen en produktieven arbeid werd eerst geschapen, toen de regeering — eindelijk — in greep. Een centrale regeling met rijkshulp werd voorbereid. In Maart 1923 stelde de regeering ook voor Groningen de funktie van Rijksinspekteur voor werkverschaffing en steunverleening in. Benoemd werd de heer J. Buiskool, burgemeester van Delfzijl, wien hiermee de leiding van een uiterst moeilijk en weinig aangenaam werk werd opgedragen.

De Rijksinspekteur.

De kennismaking met de vier gewestelijke leiders van de werkverschaffing in de vier noordelijke provincies was zonder uitzondering een aangename ervaring. De regeering heeft blijkbaar begrepen, dat de bemoeiïngen met de gemeentebesturen, werkloozen en steunregelingen slechts veilig waren in handen van krachtige persoonlijkheden, geleid door voldoende sociaalbesef en gewestelijk goed georiënteerd.

Met de drie burgemeesters, de heeren A. Jongbloed, burgemeester van Vries, voor Drente, J. Buiskool voor Groningen, J. J. G. S. Falkema, burgemeester van Ooststellingwerf, voor Friesland, en den Rijkslandbouwkonsulent, den heer ir. F. Mesu, te Zwolle, voor Overijsel, is, ook naar het oordeel van hen, die in verantwoordelijke posities langdurig met deze rijksambtenaren samenwerken, een uitstekende greep gedaan.

Bij alle verschil in hun openbaar optreden en uiterlijke verschijning, hebben zij met elkaar gemeen voortvarendheid, werkkracht en een diep besef van verantwoordelijkheid jegens de gemeenschap en de tewerkgestelden.

Onze persoonlijke belangstelling ging het meest uit naar den inspekteur in Groningen, den heer Buiskool. De drie anderen samen, al zijn ook deze er niet steeds zonder kritiek afgekomen hebben van onze correspondenten niet zoeveel en zulke harde noten te kraken gekregen als burgemeester Buiskool alleen. Met het tikje overdrijving, dat haar eigen is, noemt de 'Tribune' het terrein des heeren Buiskools werkzaamheid als inspekteur der werkverschaffing 'De hel van Jipsinghuizen'.

Het is er bij de Groningsche Centrale werkverschaffing nog al eens rumoerig toegegaan. Den laatsten tijd is er vrede, maar geheel tot zwijgen gebracht is de kritiek ook thans nog niet.
Een misverstand gaf er in het begin van dit jaar nog weer eens rijkelijk stof toe. De oorzaak ligt eensdeels hierin, dat in Jipsinghuizen en het Weenderveld met Groningers moet worden gewerkt, wat, gelijk ieder weet, die met hen in aanraking komt, brave en degelijke, maar uiterst lastige en hardnekkige lieden zijn.

Anderdeels zit een oorzaak van wrijving in de markante wat hoekige persoonlijkheid van den heer Buiskool. Waarschijnlijk is hij een Groninger.
Hoe goed hij het ook met de menschen individueel meent, toch was het niet het filantropisch element, de mogelijkheid om iets te kunnen doen voor arme stakkerds, die dezen ex-predikant met even groote vreugde als energie de hem ten aanzien van het werklooze Groningen gegeven taak deed aangrijpen.

Veeleer zal het ergernis geweest zijn, dan met sociale motieven. Ergernis over het feit, dat kerels, in krisistijd gestrand, na een jaar en langer op moeders pot of de steunregeling te hebben geleefd te hebben, te zeer verlummelden om zóó werk te zoeken als iemand doet, die het vinden wil : ergernis over het feit, dat tot maatschappelijk nuttigen arbeid bekwame mannen in prutskarweitjes en lijntrekkerij tot arbeids-schuwen degenereerden: ergernis ten slotte over de erger dan nuttelooze uitputting van noodlijdende gemeenten door steunregelingen, die de ondersteunden toch niet boven het pauper-peil vermochten te heffen: Oude-Pekela b.v., met rekord-gemeentelijke belastingheffing, ondersteunde 270 werkloozen, wat f 2.500 per week vorderde.

Met misschien wat te plotselinge, maar in de kern toch gezonde, hardheid greep de rijksinspecteur in, niet met beperkingen en negatieve maatregelen, maar door organisatie en systeem in te voeren.
In de afhankelijke gemeenten werden de steunregelingen, de keien-klopperijen, het vergrooten van begraafplaatsen - hoe verdienstelijk de symboliek ook was — onverwijld stopgezet, terwijl bij de nieuwe werkverschaffingen akkoordloon werd ingevoerd.

Bij de werkverschaffing.

Als werkverschaffingsobjekten kwamen in Groningen in aanmerking de indijking, van kwelders in het noorden der provincie, waarvoor grondwerkers waren te gebruiken en de ontginning van woesten grond in Westerwolde, waarbij de overige valide arbeiders geplaatst konden worden. Dit werk bleek niet op alle werkloozen even groote aantrekkingskracht uit te oefenen. Het vooruitzicht, vijf dagen van de week in een barak te moeten huizen en zwaren maar slecht betaalden arbeid in weer en wind te verrichten, deed velen elders werk zoeken en vinden.

Van deze bezwaren is die der behuizing op zich zelf gezien, de geringste. De barakken, dubbelwandig gebouwd, met een goede — maar allerminst misbruikte — gelegenheid voor luchtverversching, met een bedekking van gegolfde eternitplaten en behoorlijke — althans voor wie het bij soldatenverpleging kan harden - ligging en voeding, voldoen aan redelijke eischen.

Het bedenkelijke is, dat dit systeem den man van gezin vervreemdt, waaraan, als later blijken zal, op andere wijze tenminste voor een deel, ware tegemoet te komen.

De arbeid is zwaar. De afgegraven hoogveenbodem van boven naar beneden aldus gelaagd:
veenlaag van 10—50 c.M., met hei begroeid;
vast veen van pl.m. 30 c.M.;
smeerlaag, 10—20 c.M., een overgang van zand en slecht veen;
zand.

Goede bouwgrond eischt de volgende gelaagdheid:
zand, pl :m: 12 c.M., de bouwvoor;
goed veen;
slecht veen.

Het ontginningswerk bestaat in het omzetten van den grond, zooals de vervener die heeft laten liggen, tot een samenstelling, die de teelaarde naar boven brengt, gevolgd door een waterdoorlatende veenlaag, terwijl het slechte veen naar beneden gewerkt wordt.
Nog eens: dit werk is zwaar, echter ieder krachtig man kan het doen en na een langere training slagen ook minder krachtigen er in behoorlijk werk leveren.

Maar de betaling...
'Zij. die bij de werkverschaffing worden geplaatst, moeten onder zoodanige arbeidsvoorwaarden werken, dat zij daarin voldoenden prikkel vinden tot terugkeer naar het vrije bedrijf', zoo ongeveer luidt de formule, waarin de regeering de voornaamste der arbeidsvoorwaarden regelde.

Uit de rapporten onzer korrespondenten in provincie is gebleken; 1e. dat de terugkeer tot het vrije bedrijf ook bij de sterkste voorkeur aan honderden en honderden ook nu nog gedurende zes maanden van het jaar niet mogelijk is;

2e. dat het vrije landbouwbedrijf in dezen tijd aan de werkers hongerloonen betaalt.

Het voorschrift bleek dan ook niet naar den letter, slechts naar den geest, te handhaven.
De loonen bij de werkverschaffing blijven niet, of niet noemenswaard beneden die in het vrije (landbouw)bedrijf, maar laag zijn ze.
Voor een kubiek meter grondverzet wordt een dubbeltje betaald.
Een uitgezochte ploeg verwerkt onder gunstige omstandigheden 4 M2. per man per uur.
Het theoretisch mogelijke dagloon, is dus f 3,20.

Inderdaad zijn er wel eens werkloozen met een weekloon van f 2O en iets meer naar huis gegaan.
Men kan zich de gloeiende verontwaardiging der boeren indenken bij het bekend worden van zoo'n geval.
Het gros der arbeiders, vooral de niet-grondwerkers blijven daar echter, ook als een geheele week gewerkt kan worden, stukken onder.

Van een volledige werkweek van 50 uur kunnen 10 regenuren vergoed worden. Bij veel regendagen kan een extra-vergoeding gegeven worden, maar geregeld is dit nog niet. In de totaaluitkering participeert het Rijk, al naar den welstand der gemeente, voor 35 tot 75 pCt.

Het verslag over 1926—'27 geeft als gemiddelde uurloonen voor de tewerkgestelden uit Veendam 37 cent, Scheemda 38 cent, (hier zijn de arbeiders met grondwerk vertrouwd). Hoogezand 31,5 cent en stad Groningen 27,5. cent.
Maar deze uitkomst is verkregen door loon plus toeslag te deelen door het aantal gewerkte uren. Om te weten, wat de man verdient, moet het loonbedrag plus toeslag gedeeld worden door het aantal werkdagen.

En dan geeft Hoogezand als uitkomst f 2,32 per dag, dat is f 13,96 per week, waarvan f 3,75 af moet voor onderhoud van den man, zoodat f 10,21 overblijft.
De burgemeester van Hoogezand heeft krachtigen druk moet uitoefenen om voor de stedelijke- en industrieele-arbeiders, die meer verwonen en aan grondwerk minder verdienen kunnen, den toeslag van f 2,50 los te krijgen, die nu betaald wordt.

Het gezin van een tewerkgestelde in zijn gemeente ontvangt nu ongeveer f 12,75 per week.
Nog altijd een hongerloon. Verre van voldoende om op sobere wijze aan de behoeften van vrouw en kinderen te voldoen.
Maar altijd nog meer dan in het landbouwbedrijf in dezen tijd wordt verdiend!

Dat is het miserabelste — want dit remt elke aktie om voor het zware ontginningswerk een belooning te bereiken, die het gezin voor verarming behoedt, en het wijst er op, dat de armoe onder de valide arbeiders zich nog ver buiten de grenzen der werkloosheid uitstrekt.

 

Kanalisatie van Westerwolde 31-05-1894
Landbouwvergadering 28-12-1910
Landontginning, als rendabele geldbelegging 19-08-1915
Verblijf ontzegd 25-09-1915
Werkverschaffing 28-02-1924
Naar de 'strafkolonie' van Jipsinghuizen en Weenderveld 12-07-1924
Verkoop Ontgonnen Grond 14-07-1924
Vergadering Gemeenteraad Winschoten 21-08-1924
Uit den Gemeenteraad Vlachtwedde 05-11-1924
Gemeenteraad Winschoten 26-11-1924
Waterschap 'Westerwolde' 15-12-1924
Arrond. Rechtbank Winschoten 24-12-1924
De strafkolonisten van Jipsinghuizen onder curatele gesteld 17-01-1925
Een stervende arbeider op een kruiwagen vervoerd 24-01-1925
Uit de strafkolonie Jipsinghuizen 28-01-1925
Het ontstaan dezer werkverschaffing 30-01-1925
De centrale werkverschaffing te Jipsinghuizen 31-01-1925
Moeilijkheden in Jipsinghuizen 02-02-1925
De centrale werkverschaffing te Jispinghuizen 03-02-1925
Een kleine veldslag tegen onderkruipers 03-02-1925
Ongeveer 350 arbeiders ontslagen 04-02-1925
De staking op de strafkolonie 14-02-1925
De Hel van Jipsinghuizen 23-02-1925
De knoet van het noorden 21-03-1925
Uit Winschoten meldt men ons 09-04-1925
De staking der veenarbeiders 18-04-1925
Autotocht naar de werkverschaffing 20-06-1925
Aanbesteding twee ontginnings boerderijen 27-08-1925
Diefstal van eene hoeveelheid turf 10-10-1925
Vergadering Waterschap Westerwolde 29-01-1926
Excursie ontginningen Weenderveld 26-06-1926
De bestrijding van de werkloosheid 15-07-1926
Het bezoek van Minister Kan 10-05-1927
Mijnheer de Voorzitter! 12-05-1927
Een bezoek aan de ontginning Weenderveld 27-07-1927
Nederl. Heide-Maatschappij 03-08-1927
Gemeentelijk Nieuws Hoogezand 06-08-1927
Het werk der werkloozen 23-02-1928
Welvaartspolitiek op het land 14-03-1928
Ernstig auto-ongeluk 03-04-1928
't Oude landschap 05-07-1928
De werkverschaffing v. de provincie Groningen 10-11-1928
Kijkje in Westerwolde 11-06-1929
Het Landschap Westerwolde 28-09-1929
Ontginningen in Groningen 03-11-1929
Stakende Werkloozen 10-01-1931
Beoogde overname 10-02-1931
Verkoop van ontgonnen gronden 07-03-1931
Ontgonnen gronden verkocht 14-03-1931
Feest te Jipsingboertange 25-03-1931
Excursie van eenige raadsleden 30-04-1931
Excursie naar het mooie Westerwoldinger land 18-06-1931
Lezing door J. Buiskool 09-03-1932
Eindles Lagere Landbouwschool 05-05-1934
Verkoop gronden 06-09-1934
Zonder meer geschorst 01-10-1935
Diploma-uitreiking 01-05-1936
Ruimer perspectief door ontginningen 28-07-1936
Vos werd haasje 05-01-1963
Vaste land-arbeider 13-11-1964
Boeldag Weenderveld 03-07-1982
Boeldag Weenderveld 06-11-1982

 

 


© weenderveld.nl - disclaimer - deze site bestaat uit 68 pagina's