Weenderveld


Weenderveld

Werkverschaffing en ontginning.

De Noord Ooster 30-04-1931

Excursie van eenige raadsleden.

Gemeenteraad van Veendam.
Vergadering van Dinsdag 28 April 1931.

De heer DE BOER vraagt of de raad er geen prijs op stelt dat hier in den raad een verslag wordt gegeven van de excursie van eenige raadsleden naar Jipsinghuizen. Er is hier in den raad critiek geoefend over de werkverschaffing en nu dient ook publiek gemaakt te worden het resultaat van het onderzoek.
De VOORZITTER vraagt hoe de commissieleden hierover denken.
De heer PANMAN wil wel graag een rapport hooren.
De heer MEIBORG zegt dat er wel over een rapport gesproken is door de commissieleden onderling. Maar de commissie bestond uit heterogene bestanddeelen ; men dacht niet gelijk en dat gaf voor een rapport moeilijkheden. Maar als de raad er prijs op stelt laat dan de heer Dopper als Voorzitter der Commissie mededeelingen doen van onze bevindingen te Jipsinghuizen.
De VOORZITTER : Was er geen eenstemmigheid dan kon men met een rapport komen waarbij dan een afzonderlijke nota werd gevoegd van de minderheid.
De heer MEIBORG is daar niet voor en vindt het dan beter dat mondelinge mededeellngen aan den raad worden gedaan.
De heer BOITEN vindt dit goed en is zeer benieuwd te hooren hoe de Commissie de toestand in Jipsinghuizen heeft bevonden.
De VOORZITTER acht een schriftelijk rapport tegen de volgende raadsvergadering ingediend wel zoo aanbevelenswaard.
De heer DE BOER dacht dat vanavond deze zaak wel aan de orde zou komen en had daarom zijn meening op papier gezet. Misschien staan de leden der Commissie niet zoo ver van elkaar.
Wil ik dat eens voorlezen? vraagt spr.
De VOORZITTER : Hoe denken de heeren er over.
De heer DOPPER wil zijn bevindingen wel meedeelen en kan daarbij kort zijn. Als de andere commissieleden dat ook doen, dan zijn we klaar.
De heer SPIEKMAN vindt het beter dat er een schriftelijk rapport wordt ingediend.
De VOORZITTER is het hiermee eens. Dan kan men de zaak rustig bekijken. Kan de Commissie er mee accoord gaan ?
De heer SPIEKMAN : Laat men op papier zetten waar men het als commissie over eens is en er zoo noodig een afzonderlijke nota bijvoegen, meer persoonlijk.
De heer MEIBORG : Dat gaat moeilijk.
De heer DUINTJER is voor een mondeling rapport in deze vergadering.
De VOORZITTER vreest dat we met een mondeling rapport er niet uitkomen van avond. Het eene woord zal het andere uitlokken. Veel beter is een schriftelijk rapport. Maar als de heeren Commissieleden allen bereid zijn hun meening te zeggen zal hij zich daar gaarne bij neerleggen.

Besloten wordt tot eene mondelinge mededeeling door elk der Commissieleden.
De heer DE BOER acht het om de zaak te bekorten het beste dat hij voorleest hetgeen hij als zijn oordeel heeft opgeschreven.
De heer DOPPER ziet niet in, dat de zaak daardoor bekort wordt, maar wil wel het laatst zijn meening zeggen. Hij was trouwens niet de Voorzitter van de Commissie.
De VOORZITTER geeft het woord aan den heer De Boer.
De heer DE BOER zegt het volgende : In de raadsvergadering van 19 Februari deelde de heer Dopper mede dat hij een vergadering had bijgewoond, waarbij de werkloozen waren uitgenoodigd en waar 82 dezer personen aanwezig waren. Deze werkloozen kwamen met groote grieven. De heer Dopper achtte het zijn plicht voor de inwoners van Veendam op te komen en aan den Raad zijn gevoelen kenbaar te maken, als er iets niet in orde is.
De heer Dopper noemde toen een groot aantal klachten die aanleiding waren, dat ik voorstelde daarnaar een onderzoek in te stellen, want waren de klachten gegrond, dan moest daarin zoo mogelijk worden voorzien. Er werd toen een commissie benoemd om ter plaatse van de werkverschaffing deze klachten grondig te onderzoeken.

Vrijdag 27 Febr. ging bedoelde Commissie (bestaande uit de heeren Dopper, Meiborg, Prins, Kalk en spreker, waaraan toegevoegd werd onze Hoofdcommies Meijer), een excursie maken naar Weenderveld en Jipsinghuizen.
Waren alle voorafgaande dagen dier week regendagen geweest, dien dag genoten we van een heerlijk voorjaarszonnetje.
Spr. zal thans de voornaamste van de door den heer Dopper genoemde klachten, bijgestaan door de heeren Prins en Brouwers, nagaan en mijn persoonlijke indruk, na het onderzoek, weergeven.

1e klacht. De arbeiders die overblijven ontvangen een menagevergoeding. Zij die dagelijks heen en terug gaan, ontvangen die vergoeding niet.
Naar spr.'s meening is voor deze klacht eenige aanleiding. Het is immers duidelijk dat deze arbeiders, doordat ze 's morgens vroeg moeten vertrekken, extra onkosten hebben (vuur, licht enz.)

2e. Het nachtleger is onvoldoende, de dekens gelijken meer op voiles dan op dekens.
Het bleek dat deze klacht beslist ongegrond was, te Weenderveld had iedere arbeider vijf, te Jipsinghuizen zes dekens. Deze dekking kan meer dan voldoende worden geacht. Hierbij wil spr. ook direct opmerken dat de huisvesting in de barakken zéér goed was, alles maakte een netten indruk. De spijzen, met de bereiding waarvan men bezig was, noodden wel tot eten.

3e. Wanneer een arbeider vertrekt, moet een ander arbeider onder dezelfde dekens slapen.
Uit verkregen inlichtingen bleek, dat bij vertrek van een arbeider de dekens worden ingenomen en ontsmet, waarna ze op magazijn komen.

4e. Bij regenachtig weer geen voldoende schuilplaatsen.
Er bleken schuttingen aanwezig te zijn bekleed met asphalt, heel wat beter dan ooit bij particuliere werken worden aangetroffen. Bovendien wordt bij aanhoudend regenweer niet gewerkt. Indien het mogelijk zou blijken dat de arbeiders in het middaguur naar de barakken konden gaan om hun maaltijd te gebruiken, zou dat aanbeveling verdienen.

5e. 's Zaterdags moet te lang op uitbetaling van het loon worden gewacht.
De Commissie werd medegedeeld dat het uitbetalen van 1200-1500 arbeiders veel tijd vordert, dit moet serieus geschieden. Een proef met loonzakjes vond bij de arbeiders geen instemming.

6e. De arbeiders die een behoorlijk weekloon verdienen, moeten daarvoor te zwaar werken.
Grondwerk is geen gemakkelijk werk, persoonlijk kan ik moeilijk beoordeelen of het te zwaar is. Wanneer met flink werken (dat mag toch gevraagd) géén behoorlijk loon is te verdienen, zou het aanbeveling verdienen, de loonnormen te verhoogen.

7e. Groot verschil in verdiensten bij de verschillende arbeiders.
Meerdere arbeiders hebben spr. op de vraag hoe dit mogelijk was verklaard, dat dit kwam door verschil in arbeidsprestatie, de eene arbeider kan beter werken dan de andere, maar ook de wil tot arbeiden was niet gelijk. Ook kan de soort van grond die bewerkt moet worden van veel invloed zijn.

8e. Schande is het dat de Regeering niet zorgde dat er meer keten werden bijgebouwd. Het dagelijks heen en weer reizen zou verlammend op de arbeiders werken.
Daarnaar gevraagd antwoordden de arbeiders: "ge begrijpt toch dat we liever heen en terug gaan, met het oog op onze gezinnen."

9e. De werkloozen komen eerst 's avonds om half acht weer thuis.
Door spr. werd opgemerkt, dat hij de bussen meermalen zag rijden van 6-6.15, hoogstens om 6½% uur.
Den dag na de raadsvergadering passeerde de bus om 6.10. Maandag 23 Febr. waren de arbeiders zoo vriendelijk de bus voor mijn deur te laten stoppen en een paar mannen kwamen binnen om te zeggen dat ze er waren; den volgenden avond werd mij eveneens namens hen medegedeeld dat ze terug waren, het was beide avonden half zeven. Een paar andere avonden constateerde ik den terugkeer van de arbeiders om 6.10 en 6.20, doch hiervan kreeg ik geen mededeeling. In elk geval blijkt dat ik dichter bij de waarheid was dan degenen, die den heer Dopper hadden ingelicht.

10e. Tenslotte nog de klacht dat door een keetbaas de prijs van sommige levensmiddelen te hoog werd berekend.
Het bleek mij dat de prijs van de koffie 10 cent per pond te hoog werd berekend; wat betreft de rijst à 24 cent per pond, tot mijn spijt heb ik dit nog niet tot klaarheid kunnen brengen; ik heb hiervoor later nog moeite gedaan. Wanneer dit niet op een vergissing berust is het m.i. duidelijk dat deze prijs inderdaad wel te hoog zal zijn.

Uit besprekingen met verschillende arbeiders bleek mij dat ten opzichte van de keetbazen wantrouwen heerscht. Is hier van misbruik sprake, dan treft dit met een of ander regeeringscollege, maar hun mede-arbeiders zelf. De arbeiders waren het er niet onverdeeld over eens dat, wanneer ze hun eigen keetbazen mochten kiezen, ze voor misbruiken zouden zijn gevrijwaard.

Alles tezamen genomen blijkt m.i. dat de arbeiders aan de heeren Dopper e.a. geen dienst bewezen, daar na onderzoek is gebleken, dat veel van de klachten onwaar en overdreven zijn en een ander deel op vermoedens berust. Sommige van de arbeiders uit deze gemeente klaagden dat de Veendammer arbeiders voor de slechtste putten werden geplaatst, terwijl arbeiders uit andere gemeenten beweren dat de Veendammers "een streepje vóór" hebben.
Door de leiding werd echter verzekerd dat ze hierin strikt onpartijdig zijn en in elk geval niet zouden weten wat hen zou bewegen, arbeiders die, zooals de Veendammers, toonen flink te willen werken, door minder goed arbeid te bemoeilijken.

Evenmin als voor het onderzoek, ben ik ook thans niet van meening dat de werkverschaffing "een soort sport voor onze arbeiders is", maar naar ik meen is er alle reden met wat meer waardeering te beschouwen wat wordt gedaan. De toestand is van dien aard dat verbazend veel moeilijkheden moeten overwonnen worden en ook daarmee hebben de arbeiders te rekenen.
Met kankeren maakt men den toestand niet beter, allicht wel minder, 'k Zou de arbeiders willen zeggen: wanneer er werkelijk gegronde klachten zijn, kom er gerust mee voor den dag, maar zorg dat ze den toets der critiek kunnen doorstaan. Zorg dus in de eerste plaats waar te zijn.

De heer DOPPER wil er nog wel een enkel woord van zeggen. Het is hem ook na het bezoek te Jipsinghuizen nog niet gebleken dat de toestand daar geheel in orde is en veel van zijn beweringen in eene vorige vergadering gedaan houdt hij nog staande. De uitkeering aan de arbeiders toen ze niet naar Jipsinghuizen konden gaan was te laag en gaf aanleiding tot veel gemopper. Dan is niet in orde dat de Veendammers die 's avonds naar huis gingen die f 3.30 menagegeld niet kregen uitbetaald. Spreker geeft verder toe dat het met de slaapgelegenheden in orde was en de klacht over slechte dekens ongegrond was. Slaapgelegenheid voor 32 menschen in één keet is wel veel en wat onfrisch. Men zou de ramen kunnen openen, maar dan zijn er weer personen die klagen over tocht. Ten opzichte van de hygiëne moeten de arbeiders nog wat meer worden opgevoed. Hoewel spr. geen verstand heeft van dekens zooals de heer De Boer, wil hij wel gelooven dat het wollen dekens waren. Van de 300 dekens van Veendam heeft spreker er geen gezien. Door de keetbazen is tegengesproken de klacht dat de bedden niet gelucht werden. De arbeiders houden het echter vol. Het zal wel zoo zijn dat men de dekens oppakt en er mee om de keet loopt en 's avonds liggen ze weer op bed. Vernieuwing en verfrissching van de stroozakken heeft ook niet voldoende plaats. Dan de beschutting op het veld, die in den kouden tijd zoo noodig is, ook die is onvoldoende. Door het moordend werk zijn de arbeiders bezweet en vatten dan heel licht kou.
Het grondwerk is inderdaad moordwerk. Men moet 30 M3, grond verzetten om een loon te krijgen van f 14,40. In doorsnee kunnen de arbeiders geen 30 M3, grond verzetten. Als de arbeiders een uur gewerkt hebben zweeten ze door alles heen en dan moet er in rusttijd een goede beschutting zijn. Met het auto-vervoer was het ook niet in orde; dat vervoermiddel deugt niet. Verder moest er 's middags een uurtje schafttijd zijn om warm eten te krijgen. De regeering had ook moeten zorgen voor meerdere keten. De grootste grief blijft, dat de werkdagen te lang zijn in verhouding tot het zware werk. Het loon zou iets moeten worden verhoogd en de werktijd wat korter gemaakt. Daarmee zou veel verbeterd worden.

De heer MEIBORG is het in hoofdzaak eens met het rapport van den heer De Boer. Als die dekens waaronder men slaapt alle zes nieuw waren, dan kwam men er misschien niet weer onder weg. Spreker vond de slaapgelegenheid prompt in orde en was zeer tevreden over het werk dat daar gebeurt. De heer Knigge heeft aan spreker gezegd, dat hij de ontginning te Zuidbarge, waar deze ook aan ontginning bezig is, ongeveer hetzelfde loon wordt betaald en evenveel werk per dag wordt verricht als te Jipsinghuizen. Spreker is niet voldoende deskundig om er over te kunnen oordeelen, maar de heer Knigge wel. Er kan wel eens een hard stuk grond bij zijn, dat geeft spreker toe ; men kan niet allemaal het beste hebben. Dat het juist moordend werk is, wil spreker niet zeggen. Er moet wel goed gewerkt worden en voor die pers. die het niet gewoon zijn kan het wat zwaar zijn, maar voor die aan dat werk gewoon zijn gaat het wel. De keten, zoo heeft spreker opgemerkt, waren lang niet allen bezet, terwijl er toch arbeiders naar huis gingen. De netheid in de keten was uitstekend; de ramen mogen wat te veel gesloten zijn, zoodat er niet voldoende gelucht wordt. Het gaat wel eens zoo, dat de een meer prijs stelt op netheid en de ander op frischheid. Het eene bed was beter in orde gemaakt dan het ander. In 't algemeen is de ligging best. Spr. heeft nog geïnformeerd hoe men de Veendammer arbeiders vond. Er werd gezegd dat deze nogal veel te koop hadden. Overigens scheelt het daar niet zoo veel ; het leek spreker er goed toe. De commissie is heel gezellig uit geweest. Tenslotte wil spreker nog even opmerken, al hoort het hier niet precies bij, dat de verkoop van de landerijen hem niet goed voorkomt. Men had daarmee in de verschillende raden moeten komen. Onder de tegenwoordige omstandigheden had men zooveel grond niet aan één combinatie moeten verkoopen, maar betere tijden moesten zijn afgewacht, waardoor een betere prijs kon zijn bedongen.

De heeren PRINS en KALK verklaren het met den heer Dopper eens te zijn.

De heer SPIEKMAN zegt dat de heer Meiborg sprak over den verkoop der gronden en dat deze zaak niet in den raad is gebracht. De tijd heeft daartoe geheel ontbroken. Spreker heeft zich als gedelegeerde der gemeente tegen den verkoop verklaard, omdat volgens deskundigen de prijs veel te laag was. De soc.-dem. hebben er allen tegen gestemd. Het was een complex van 642 deimt land en dat aan 'n combinatie voor dien prijs ; men had wel veel meer liefhebbers gehad voor meer geld. Met vlag en wimpel is de verkoop echter doorgegaan. De combinatie heeft er op geklonken en gedronken.

De heer DE BOER begrijpt niet als het verzetten van 30 M3. grond al zoo moordend is, hoe de arbeiders dan nog f 20 per week kunnen maken.
De heer DOPPER : Dat is de arbeiders zelf ook een raadsel.
De heer KALK weet wel hoe dat zit. Er wordt mee 'gefoeveld'. Het werk wordt niet gedaan zooals het moet, zoo zit het.

De VOORZITTER dankt de leden der Commissie voor hunne mededeelingen, waardoor ze nu een volledig beeld hebben gekregen van den toestand in Jipsinghuizen. Er is wel eenig verschil van meening, maar er was toch ook veel eenstemmigheid in de Commissie.

 

Kanalisatie van Westerwolde 31-05-1894
Landbouwvergadering 28-12-1910
Landontginning, als rendabele geldbelegging 19-08-1915
Verblijf ontzegd 25-09-1915
Werkverschaffing 28-02-1924
Naar de 'strafkolonie' van Jipsinghuizen en Weenderveld 12-07-1924
Verkoop Ontgonnen Grond 14-07-1924
Vergadering Gemeenteraad Winschoten 21-08-1924
Uit den Gemeenteraad Vlachtwedde 05-11-1924
Gemeenteraad Winschoten 26-11-1924
Waterschap 'Westerwolde' 15-12-1924
Arrond. Rechtbank Winschoten 24-12-1924
De strafkolonisten van Jipsinghuizen onder curatele gesteld 17-01-1925
Een stervende arbeider op een kruiwagen vervoerd 24-01-1925
Uit de strafkolonie Jipsinghuizen 28-01-1925
Het ontstaan dezer werkverschaffing 30-01-1925
De centrale werkverschaffing te Jipsinghuizen 31-01-1925
Moeilijkheden in Jipsinghuizen 02-02-1925
De centrale werkverschaffing te Jispinghuizen 03-02-1925
Een kleine veldslag tegen onderkruipers 03-02-1925
Ongeveer 350 arbeiders ontslagen 04-02-1925
De staking op de strafkolonie 14-02-1925
De Hel van Jipsinghuizen 23-02-1925
De knoet van het noorden 21-03-1925
Uit Winschoten meldt men ons 09-04-1925
De staking der veenarbeiders 18-04-1925
Autotocht naar de werkverschaffing 20-06-1925
Aanbesteding twee ontginnings boerderijen 27-08-1925
Diefstal van eene hoeveelheid turf 10-10-1925
Vergadering Waterschap Westerwolde 29-01-1926
Excursie ontginningen Weenderveld 26-06-1926
De bestrijding van de werkloosheid 15-07-1926
Het bezoek van Minister Kan 10-05-1927
Mijnheer de Voorzitter! 12-05-1927
Een bezoek aan de ontginning Weenderveld 27-07-1927
Nederl. Heide-Maatschappij 03-08-1927
Gemeentelijk Nieuws Hoogezand 06-08-1927
Het werk der werkloozen 23-02-1928
Welvaartspolitiek op het land 14-03-1928
Ernstig auto-ongeluk 03-04-1928
't Oude landschap 05-07-1928
De werkverschaffing v. de provincie Groningen 10-11-1928
Kijkje in Westerwolde 11-06-1929
Het Landschap Westerwolde 28-09-1929
Ontginningen in Groningen 03-11-1929
Stakende Werkloozen 10-01-1931
Beoogde overname 10-02-1931
Verkoop van ontgonnen gronden 07-03-1931
Ontgonnen gronden verkocht 14-03-1931
Feest te Jipsingboertange 25-03-1931
Excursie van eenige raadsleden 30-04-1931
Excursie naar het mooie Westerwoldinger land 18-06-1931
Lezing door J. Buiskool 09-03-1932
Eindles Lagere Landbouwschool 05-05-1934
Verkoop gronden 06-09-1934
Zonder meer geschorst 01-10-1935
Diploma-uitreiking 01-05-1936
Ruimer perspectief door ontginningen 28-07-1936
Vos werd haasje 05-01-1963
Vaste land-arbeider 13-11-1964
Boeldag Weenderveld 03-07-1982
Boeldag Weenderveld 06-11-1982

 

 


© weenderveld.nl - disclaimer - deze site bestaat uit 68 pagina's