Weenderveld


Weenderveld

Werkverschaffing en ontginning.

Algemeen Handelsblad 28-09-1929

Het Landschap Westerwolde.

Een snel groeiende streek met een mooie toekomst.

Westerwolde, de smalle diluviale streek in Zuid-Oost-Groningen, ten Westen begrensd door het hoogveengebied waarop de laatste eeuwen de veenkoloniën ontstonden, aan den Oostkant overgaande in een terrein waar, over de Duitsche grens, thans nog groote oppenvlakten onaangesneden hoogveen liggen, is van oudsher een gebied geweest dat bloot stond aan de plunderzucht der bewoners van aangrenzende gewesten.
Ofschoon het reeds aan 't begin der 14e eeuw een zelfstandig landschap vormde, waarin de dorpsnamen Vrieschelno, Vlagtwedde, Onstwedde, Wedde en Sellingen bekend waren, wat de gevolgtrekking wettigt dat het toen een vrij dichte bevolking had, is die plunderzucht oorzaak geweest, dat er van gezonden economischen groei nooit sprake kon zijn.

Daarvan toch was het gevolg dat de bevolking steeds, van geslacht op geslacht, leefde onder zwaren druk die alle energie doodde, maar bovendien leidde ze vooral in de 15e en 16e eeuw tot decimeering van de bewoners, zoodat Diderik van Sonoy, de bekende geuzenaanvoerder, toen hij in 1580 de Sterkte Boertange aanlegde, in 't geheele gewest nog geen tweehonderd weerbare mannen vond, geschikt om hem te adsisteeren.

In de 18e en 19e eeuw werden de omstandigheden langzamerhand gunstiger, de bevolking nam daardoor weer in aantal toe, maar de zware druk, waaronder zij eeuwen lang geleefd had, was van zoo fatalen invloed op haar energie geweest, dat zij steeds in den ouden sleur bleef doorsukkelen en niet dacht over het nemen van maatregelen, die haar in maatschanpelijken zin op een hooger peil konden brengen.

Nu moet hierbij erkend worden, dat de economische omstandigheden waaronder zij verkeerde, hoogst ongunstig waren: het gewest, aan de eene zijde aangeleund tegen een armoedig deel van een vreemd land, lag ook in hooge mate ongunstig met betrekking tot de aangrenzende streken van het eigen land, daar er noch goede water-, noch voldoende landwegen waren, door middel waarvan een behoorlijke verbinding tot stand werd gebracht.

Was nu de eigen bodem maar behoorlijk vruchtbaar geweest, dan zouden de bewoners er van nature spaarzaam en vlijtig, zonder twijfel nog kans gezien hebben om zich omhoog te werken, dooh de naar zijn aard zeer schrale grond, doorsneden door twee riviertjes, de Mussel A en de Ruiten A, die nu eens overstroomingen veroorzaakten, dan weer maanden lang bijna geheel droog lagen, was niet in staat om veel en goede vruchten voort te brengen. En door een gebied ter oppervlakte van niet minder dan 1600 ha, liggende langs de Duitsche grens, ten zuiden van Boertange, werd absoluut niets voortgebracht, daar, met het oog op betere verdedigingsmogelijkheden, een in 1824 met Hannover gesloten grenstractaat zoodanige bepalingen inhield dat dit terrein in 't geheel geen afwatering had en dientengevolge jaar in jaar uit een moerassig aanzien vertoonde.

Zoo, wat koren oogstende van de esschen rondom de dorpen, wat hooi winnende uit de rivierdalen, waar bovendien gedurende de zomermaanden het vee uit weiden werd gestuurd, vervolgden de bewoners van geslacht op geslacht hun schraal en sober bestaan, dat niettemin niet van poëzie ontbloot was: zuivere Saksers, stelden ze in materieel opzicht geen hooge eischen aan het leven, terwijl de bosschen, die het landschap overdekten, hun de gelegenheid boden om hun aangeboren jachtlust bot te vieren. Voor overvloed van brandstof zorgden eveneens die bosschen, terwijl daarnaast groote oppervlakten veen lagen, waar turf kon worden gewonnen.

Velen hunner, vreezende hun vrijheid en hun zelfstandigheid te zullen inboeten, toonden zich dan ook maar matig ingenomen met de plannen, welke in 't laatst der vorige eeuw door wijlen Boelo Tijdens, destijds lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, werden ontworpen, om tot kanalisatie van het oude landschap over te gaan, waardoor betere waterafvoer en gunstiger verbinding met de buitenwereld zouden worden gewaarborgd.

Echter, naast vele conservatieve elementen, die liefst op de voorvaderlijke wijze bleven doorsukkelen, telde het landschap ook tal van vooruitstrevende bewoners en toen eenmaal het provinciaal bestuur van Groningen zich geschaard had aan de zijde van de zoekers naar nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden, konden er spijkers met koppen worden geslagen : nadat in 1900 door de Provinciale Staten het Waterschap Westerwolde was opgericht, werd, voornamelijk dank zij de actie van Tijdens, reeds in 1901 door de Tweede Kamer een wetsontwerp ter bevordering van de kanalisatie van het gewest aangenomen. Vier jaar later, in 1905 werd met die kanalisatie een begin gemaakt, waarbij een tweeledig doel in 't oog werd gehouden : verkrijging van goede waterwegen en verbetering van den waterafvoer. Om dat dubbele doel te bereiken werden er twee ongeveer parallel loopende, met het stadskanaal in verbinding staande kanalen gegraven, het Mussel-A-kanaal en het Ruiten-A-kanaal. Ten Noorden van Vlagtwedde werden deze twee waterwegen onder den naam Boelo Tijdens-kanaal of Vereenigd kanaal in één bedding geleid, waarvoor in den Dollard, voorbij Nieuwe Schans een uitmonding gezocht werd.

Toen eindelijk, 13 jaar na den aanvang, in 191S het werk voltooid was, bleek al zeer spoedig, dat de daaraan bestede millioenen (die voor 't grootste deel uit 's rijks kas werden geput en voor de rest door de provincie en de ingelanden werden bijgedragen) op volmaakt nuttige wijze waren aangewend. De aanleg bleek op zoodanige wijze gekozen, dat alle gronden op natuurlijke wijze konden afwateren, zoodat groote oppervlakten moerasveen die vroeger onbruikbaar waren, tot wei- en hooiland bestemd konden worden. Ook andere gebieden, waar voorheen slechts minderwaardige gewassen geteeld konden worden, omdat men den waterafvoer niet in de hand had, geleken spoedig als herboren en aangezien gedurende de kanalisatie ook de verharding en verbetering der voornaamste landwegen was ter hand genomen, terwijl daarnaast aanleg plaats vond van de stoomtramnaan Winschoten—Ter Apel, stond aan 't einde van den wereldoorlog het geheele gewest, naar alle zijden voor de cultuur ontsloten, aan 't begin eener betere toekomst.

Met prijzenswaardige energie pasten de van nature behoudende bewoners zich bij de nieuwe omstandigheden aan : tal van nieuwe cultuurmethoden werden toegepast, groote oppervlakten slecht weiland werden tot meer productief bouwland herschapen, honderden hectaren woeste grond in ontginning gebracht. Reeds in 1921, dus slechts drie jaar nadat de kanalisatie werd voltooid, was, vergeleken bij 1910, de aanwezige oppervlakte woeste grond met 1500 ha afgenomen. Deze 1500 ha behoorden echter hoofdzakelijk bij de van oudsher in het landschap gevestigde boerenbedrijven, doch bovendien lagen er aaneengesloten oppervlakten, ter grootte van honderden hectaren, waarover niemand de eerste jaren na de kanalisatie dacht om ze in exploitatie te brengen.

Toen echter de regeering, opdat werklooze arbeiders op productieve wijze werkzaam gesteld konden worden, zich bereid toonde om bij het in exploitatie brengen van heidevelden het grootste deel der werkloonen voor haar rekening te nemen en als gevolg daarvan door een combinatie van Groninger gemeenten een naamlooze vennootschap werd opgericht met het doel om woeste gronden in cultuur te brengen, werd het eerst het oog geslagen op de voor exploratie vatbare gedeelten van Westerwolde : Jipsingbourtange, de heidegronden in de buurt van Jipsinghuizen en het zeer uitgestrekte Weenderveld.

Dadelijk bij 't begin al, in 1924, was de opzet van de leiders, die zich geheel richtten naar de adviezen van de Ned. Heidemaatschappij, dat er, opdat men in de toekomst voor teleurstellingen bewaard zou blijven, niet anders dan op uiterst degelijke wijze zou worden ontgonnen. Men bepaalde daarom dat alle in exploitatie te brengen grond over zijn geheele oppervlakte zou worden gespit, waarbij gezorgd kon worden dat alles wat minder geschikt geacht moest heeten om de teellaag mee te helpen vormen, naar beneden werd gewerkt. Zoo rust in het Weenderveld, waarvan de exploitatie thans nog in vollen gang is, op het diluviale bruine of gele zand, een meer of minder dikke laag, die, behalve door de heidezode, gevormd wordt door loodzand en door de zoogenaamde 'gliede', die, verwerkt door de bouwlaag, voornamelijk oorzaak is van de beruchte ontginningsziekte. Bij het systeem nu, dat daar wordt toegepast, worden het loodzand en de gliede of smeerlaag naar beneden gewerkt, terwijl het dieper liggende bruine of gele zand boven wordt gehaald en vermengd met de bij het begin van het graafwerk ter zijde gelegde heidezode, waaronder zich hier en daar nog een laagje veen bevindt.

Op deze wijze ontstaat er een bouwvoor, die in natuurkundig opzicht aan hooge eischen voldoet, terwijl de geheele bodem (oerlagen, welke ook hier en daar voorkomen worden volkomen weggewerkt) zeer voldoende doorlatend is. 't Behoeft echter nauwelijks betoog, dat de geschetste wijze van behandelen de ontginningskosten zeer belangrijk doen uitkomen boven de bedragen, die besteed zouden moeten worden indien de ouderwetsche wijze werd toegepast. Gemiddeld kunnen ze gesteld worden op f 1200 a f 1400 per ha, maar hier staat tegenover dat, mits bemesting op doelmatige wijze plaats vindt, men dadelijk van het eerste jaar af rekenen kan op goede oogsten: 400 a 450 hl aardappelen, 35 a 40 hl rogge met een hectolitergewicht van 70 kg en 60 à 70 hl haver met een gewicht van 50 kg per hl.

Reeds ongeveer 500 ha is er op boven omschreven wijze thans sinds 1924 door de vereenigde gemeenten ontgonnen en ook de eerstvolgende jaren zal waarschijnlijk nog worden voortgegaan. Daarnaast blijven tal van particulieren bezig de hun toebehoorende kleinere oppervlakten in exploitatie te brengen en - dat is ook een groot voordeel van het gegeven voorbeeld - daarbij gaan ze er meer en meer toe over om het toegepaste systeem over te nemen, wijl ze er steeds dieper van doordrongen worden dat de extra kosten, aan de ontginning besteed, een uitstekende rente geven in den vorm van veel hoogere opbrengsten.

En al blijven er steeds nog conservatieve elementen, die hun heidegronden woest laten liggen, al zijn er onder de oudere ontginningen verschillende welke, als gevolg van slechten aanleg, slechts onvoldoende opbrengsten leveren, dank zij den zooveel verbeterden waterafvoer en de steeds nog doorgaande verbetering van het wegennet is Westerwolde thans voor goed geopend voor een in landbouwkundig en economisch opzicht moderne ontwikkeling. Er zijn nog wel wat stuggen en achterdochtigen maar nuchter denkende en arbeidzame bewoners zullen zonder twijfel, nu de omstandigheden gunstig zijn, met steeds meer ernst gaan streven naar grooteren bloei van hun, ondanks de veranderingen der laatste jaren, aan natuurschoon nog overrijke landstreek.

 

Kanalisatie van Westerwolde 31-05-1894
Landbouwvergadering 28-12-1910
Landontginning, als rendabele geldbelegging 19-08-1915
Verblijf ontzegd 25-09-1915
Werkverschaffing 28-02-1924
Naar de 'strafkolonie' van Jipsinghuizen en Weenderveld 12-07-1924
Verkoop Ontgonnen Grond 14-07-1924
Vergadering Gemeenteraad Winschoten 21-08-1924
Uit den Gemeenteraad Vlachtwedde 05-11-1924
Gemeenteraad Winschoten 26-11-1924
Waterschap 'Westerwolde' 15-12-1924
Arrond. Rechtbank Winschoten 24-12-1924
De strafkolonisten van Jipsinghuizen onder curatele gesteld 17-01-1925
Een stervende arbeider op een kruiwagen vervoerd 24-01-1925
Uit de strafkolonie Jipsinghuizen 28-01-1925
Het ontstaan dezer werkverschaffing 30-01-1925
De centrale werkverschaffing te Jipsinghuizen 31-01-1925
Moeilijkheden in Jipsinghuizen 02-02-1925
De centrale werkverschaffing te Jispinghuizen 03-02-1925
Een kleine veldslag tegen onderkruipers 03-02-1925
Ongeveer 350 arbeiders ontslagen 04-02-1925
De staking op de strafkolonie 14-02-1925
De Hel van Jipsinghuizen 23-02-1925
De knoet van het noorden 21-03-1925
Uit Winschoten meldt men ons 09-04-1925
De staking der veenarbeiders 18-04-1925
Autotocht naar de werkverschaffing 20-06-1925
Aanbesteding twee ontginnings boerderijen 27-08-1925
Diefstal van eene hoeveelheid turf 10-10-1925
Vergadering Waterschap Westerwolde 29-01-1926
Excursie ontginningen Weenderveld 26-06-1926
De bestrijding van de werkloosheid 15-07-1926
Het bezoek van Minister Kan 10-05-1927
Mijnheer de Voorzitter! 12-05-1927
Een bezoek aan de ontginning Weenderveld 27-07-1927
Nederl. Heide-Maatschappij 03-08-1927
Gemeentelijk Nieuws Hoogezand 06-08-1927
Het werk der werkloozen 23-02-1928
Welvaartspolitiek op het land 14-03-1928
Ernstig auto-ongeluk 03-04-1928
't Oude landschap 05-07-1928
De werkverschaffing v. de provincie Groningen 10-11-1928
Kijkje in Westerwolde 11-06-1929
Het Landschap Westerwolde 28-09-1929
Ontginningen in Groningen 03-11-1929
Stakende Werkloozen 10-01-1931
Beoogde overname 10-02-1931
Verkoop van ontgonnen gronden 07-03-1931
Ontgonnen gronden verkocht 14-03-1931
Feest te Jipsingboertange 25-03-1931
Excursie van eenige raadsleden 30-04-1931
Excursie naar het mooie Westerwoldinger land 18-06-1931
Lezing door J. Buiskool 09-03-1932
Eindles Lagere Landbouwschool 05-05-1934
Verkoop gronden 06-09-1934
Zonder meer geschorst 01-10-1935
Diploma-uitreiking 01-05-1936
Ruimer perspectief door ontginningen 28-07-1936
Vos werd haasje 05-01-1963
Vaste land-arbeider 13-11-1964
Boeldag Weenderveld 03-07-1982
Boeldag Weenderveld 06-11-1982

 

 


© weenderveld.nl - disclaimer - deze site bestaat uit 68 pagina's